Ga naar hoofdinhoud

Wat er gebeurt bij je eerste verzoek

Je typte een adres in, en er kwam iets terug uit een functie die jij schreef. Daartussen gebeuren zes dingen, deels in de browser en deels op de server. De stip zegt waar een stap gebeurt; een pijl betekent dat er iets over het netwerk gaat.

Je eerste verzoek
  1. Browser: Je typt een adres. 127.0.0.1:8000 is jouw eigen computer, met daarop de server die je net startte. · Je eerste endpoint

  2. Browser: De browser stuurt een GET. Een verzoek over het netwerk: geef me wat er op / staat. Dat is de get uit @app.get.

  3. Server: FastAPI zoekt het endpoint. Welke functie hoort bij dit pad? Die met @app.get("/"). · Je eerste endpoint

  4. Server: Jouw functie draait. root() geeft een dictionary terug. Dit is de enige stap met code van jou. · Je eerste endpoint

  5. Server: Het antwoord gaat terug. FastAPI maakt van de dictionary JSON en stuurt die over het netwerk.

  6. Browser: De browser toont het. Wat er binnenkomt, komt op het scherm. Meer doet de browser nu nog niet.

Stap 4 is de enige stap met code van jou. Alles ervoor en erna doen de browser en FastAPI. Dat blijft de hele cursus zo: jij schrijft functies, de rest van het rondje is er al.

Elk verzoek begint in de browser en eindigt in de browser. De server begint nooit uit zichzelf; hij wacht tot er een verzoek binnenkomt, antwoordt, en wacht weer. Dit diagram komt nog vier keer terug, elke keer met meer ertussen, te beginnen bij één pagina met CSS en een afbeelding. In de volgende les kijk je in je browser naar dit rondje: stap 2 en stap 5 staan daar als één regel.